Overslaan en naar de inhoud gaan
illustratie

“Als één van de enigen combineren wij schematherapie met psychomotorische therapie.”

Sinds zes jaar wordt in de polikliniek van Bethanië schematherapie aangeboden: een therapie die in Nederland courant is, maar bij ons neemt het de laatste jaren pas toe aan bekendheid. Psycholoog Nelle Bogaerts legt uit wat de therapievorm uniek maakt, waarom het waardevol is en hoe het binnen Bethanië een plaats heeft gekregen én uitgebreid wordt. “Als één van de enigen combineren wij schematherapie met psychomotorische therapie.”

Schematherapie ontstond in de jaren negentig en werd aanvankelijk vooral toegepast bij mensen met borderline persoonlijkheidsproblematiek. Intussen wordt de therapievorm veel breder ingezet. Centraal staan zogenaamde schema’s: diepgewortelde manieren waarop iemand naar zichzelf, anderen en de wereld kijkt. “Zo kan iemand bijvoorbeeld sterk overtuigd zijn van gedachten als ‘ik ben minderwaardig’, ‘ik heb de ander nodig’ of ‘ik moet altijd alles goed doen, anders word ik niet graag gezien’. Zo’n schema’s ontstaan al vroeg in de ontwikkeling en kunnen hardnekkig aanwezig blijven’, legt psycholoog Nelle Bogaerts uit.

“Na jaren onderzoek bleek dat mensen vaak zodanig veel kwetsuren hadden opgelopen in hun hechting, waardoor de schema’s aanpakken een eindeloos werk werd. Er werd daarom geëvolueerd naar verschillende modi. Waar een schema vrij stabiel doorheen het leven blijft, gaat een modus meer over hoe je op een bepaald moment bent, denkt, voelt en handelt.” Een trigger kan zo’n modus activeren: iemand krijgt bijvoorbeeld te horen dat een sollicitatiegesprek niet doorgaat en wordt plots buitenproportioneel kwaad. Het onderliggende schema kan dan zijn: ik ben minderwaardig. Het in colère schieten wordt de boze kind-modus genoemd.      

Andere mensen reageren net door zich terug te trekken of het contact met moeilijke gevoelens te vermijden, dat is de beschermmodus. Schematherapie probeert die verschillende modi herkenbaar en hanteerbaar te maken.

Nazorg of preventief

Nelle en collega Griet Peetermans geven schematherapie in combinatie met psychomotorische therapie, collega’s Sofie van Moll en Caroline De Waele combineren het met dramatherapie. “Met psychomotorische therapie word je je lichamelijk bewust van wat er gebeurt. Drama leent zich dan weer heel makkelijk tot het uitspelen en herkennen van schema’s en modi. Bij ons is schematherapie per definitie groepstherapie”, gaat Nelle verder.

“De combinatie met dramatherapie is een kort traject van acht weken met zo’n acht personen, in de combinatie psychomotorische therapie is er naast een kort van tien weken ook nog een lang traject van een 25-tal sessies. In het kort traject wordt vooral gewerkt op emotieregulatie en het herkennen ervan, in het lange traject wordt dieper ingegaan op patronen, systemen en het persoonlijke verhaal van de mensen”, legt Nelle uit.   

Schematherapie maakt deel uit van poliklinisch aanbod: de mensen die eraan deelnemen zijn dus zelf niet in opname. Het is bedoeld als nazorg of als preventieve behandeling.

Pioniers

“We zien geregeld dat mensen die worstelen met ziektebeelden zoals depressie, angstproblematieken of burn outs, in een vicieuze cyclus belanden: ze werken aan hun klachten bij een arts of psycholoog, zien verbetering, maar hervallen terug. Schematherapie is een van de manieren om naar het onderliggende te kijken. In Nederland is het zeer bekend, bij ons komt het vooral de laatste jaren op. In de combinatie met  psychomotorische therapie zijn we pioniers, dat wordt in Vlaanderen voorlopig nog niet veel toegepast.”

Wat begon als een proefproject is intussen uitgegroeid tot een volwaardig onderdeel van het aanbod binnen Bethanië. “We zijn begonnen met een klein groepje van drie deelnemers, intussen stromen de aanmeldingen binnen. Begin volgend jaar starten we een groep op locatie op. Het korte traject wordt binnenkort bovendien opgenomen binnen de ELP-conventie.”

Heb je interesse of wil je graag meer informatie? Contacteer vlot.boekingen [at] emmaus.be