Medewerker zit in het gras

Wat bezielde een Argentijnse jazzpianiste om in België te kiezen voor een job in de geestelijke gezondheidszorg?

Creatieve duizendpoot Maria Moreno is sedert begin 2018 sociotherapeut op afdeling Polder, een afdeling met een activerend milieu binnen de langdurige zorg. Niets grensverleggend op zich, ware het niet dat Maria een minder evident parcours heeft afgelegd. In een ver verleden was zij in haar geboorteland Argentinië een professioneel geschoolde muzikante. En in Antwerpen kan je haar tekeningen tegenkomen op de schildersmarkt Lambermontmartre, die elke zomer plaatsvindt op het plein aan het Koninklijk Museum voor Schone Kunsten Antwerpen. Tussendoor volgt ze nog een opleiding psychotherapie én filosofie. Een bezige dame.

Maria: ‘Recent behaalde ik mijn diploma als bachelor in de orthopedagogie. Werken in de geestelijke gezondheidszorg leek mij wel wat, alhoewel ik de ervaring miste. Ik ben blij dat ik op Polder terechtgekomen ben. Als sociotherapeut verzorg ik een aanvullend aanbod naast de bestaande, meer gestructureerde, ergotherapeutische activiteiten. Het geeft een grote vrijheid om het therapeutische vanuit mijn opleiding te vermengen met het creatieve. Tekenen, schilderen, collages maken, creatief zijn, … het zijn allemaal zaken die een hefboom vormen om contact te maken, om te ontmoeten en om ingangspoorten te faciliteren. Ik kan laagdrempelig zijn, verleiden door mijn aanwezigheid en inpikken op de dingen die zich aandienen. Creatief bezig zijn, dat is voor mij niet werken, dat brengt me tot rust, de ideale manier om te compenseren.

Mijn vroegere bezigheden in jazzorkesten vind ik trouwens niet zo erg afwijken van hetgeen dat ik nu doe. Als jazzmuzikant ben je ook heel erg bezig met de mensen rondom je heen. Ruimte creëren om te improviseren, aanvoelen waar iemand gaat beginnen soleren, om dan terug in te vallen of te ondersteunen daar waar het dreigt in te zakken. Net op het juiste moment. Dat aanvoelen, jezelf klein maken zodat de ander groter kan worden, waarbij één blik genoeg zegt, daar gaat het om. En als het fout loopt, herpak je. Zonder aarzelen, zonder rancune gaat de groep verder. Niet altijd evident, muzikanten zijn ook maar mensen en ook zij hebben, zoals ieder van ons, een handleiding. Maar met vallen en opstaan ontstaat iets moois. Zoals ik het ervaar op Polder, liggen de parallellen met de wijze waarop we naar herstelgerichte zorg kijken, echt wel voor de hand.’