Hanne Fransen

Is het jou misschien al eens overkomen dat je onbewust trager begint te articuleren tegen iemand met een andere huidskleur … en dan plots blijkt dat die persoon vlot meebabbelt met een Kempische tongval?

Op ons domein werken mensen met roots overal ter wereld. Worden zij soms met racisme geconfronteerd? Dat vroeg de redactieraad van ’t Pieperke zich af. Niet iedereen voelde zich geroepen om te getuigen over dit gevoelige onderwerp, maar in onze zoektocht werd duidelijk dat sommige collega’s wel degelijk met racisme op het werk geconfronteerd worden.

In een organisatie waar zwarte pieten nog zwart mogen zijn, willen we dit onderwerp niet uit de weg gaan. Hanne Fransen, psychomotorisch therapeut op Oever, werd geboren in Rwanda, maar groeide op in de Kempen. Ze werkt reeds 11 jaar voor Bethanië en deelt haar visie op het thema met ons.

Waarom staar je zo naar mij?

‘Toen ik jonger was, was het niet altijd gemakkelijk om de starende blikken of racistische opmerkingen van mensen te interpreteren. Ik ontwikkelde mijn eigen manier om hiermee om te gaan, door bijvoorbeeld mensen hierop aan te spreken of weerwoord te bieden. Zo lukte het mij om me niet het slachtoffer van racisme te voelen.

Doorheen de jaren heb ik geleerd dat langer kijken dan gemiddeld van alles kan betekenen: van ‘Wie is dat?’ over ‘Spreekt ze Nederlands?’ tot ‘Wat is ze mooi!’ Ondertussen ben ik niet meer zo gevoelig voor dit thema, waardoor ik het misschien zelfs niet meer opmerk. Het zijn vaak anderen die me erop attent maken.’

Sollicitatiegesprek

‘‘Hoe zou je reageren moest je met racisme geconfronteerd worden?’ Het was een vraag op mijn sollicitatiegesprek voor ik hier begon te werken. Ik vond het toen belangrijk om me telkens opnieuw af te vragen van waaruit een racistische reactie zou vertrekken. Volgens mij is het onderliggende belangrijk. Van waaruit reageert iemand? Hoe past die reactie in zijn of haar verhaal? Reageren mensen zo omdat ze het moeilijk vinden om met het ‘andere’ om te gaan? In dat geval zou ik hen tijd geven om eraan te wennen.’

Hier mogen mensen anders zijn

‘Eigenlijk heb ik het gevoel verbazend weinig met racisme geconfronteerd te worden op het werk. Ik was me zelfs niet steeds bewust van mijn andere huidskleur tot iemand me een keertje toeriep: ‘Hey chocolatte madammeke, gij zijt zo schoon!’ In de psychiatrie worstelt iedereen in meer of mindere mate met het gevoel anders te zijn, waardoor er binnen de muren van het psychiatrisch ziekenhuis ook meer begrip lijkt te zijn voor het ‘andere’.

Als hulpverlener zijn we veel bezig met mentaliseren (het gedrag van zichzelf en anderen begrijpen en verklaren vanuit achterliggende gevoelens, gedachten en motivatie, n.v.d.r.). Dat pas ik ook toe als het over racisme gaat. Overtuigingen van de ander probeer ik bij de ander te laten en te begrijpen vanuit zijn of haar achtergrond. Daarnaast zal ik voor mezelf wel grenzen trekken en sensibiliseren over uitspraken van anderen.’