Omdat steeds meer jongeren te kampen krijgen met geestelijke gezondheidsproblemen, openden we begin december het JOVO-kot, speciaal voor de jongvolwassenenwerking. Wat het hélemaal bijzonder maakt is dat dit ‘clubhuis’ ook nog eens van A tot Z gebouwd werd door jongeren die afgelopen twee jaar in opname waren in Bethanië.

“Praten, praten, praten. Het helpt écht.” Met deze woorden richtte koningin Maxima zich half november in een open brief nog tot Nederlandse jongeren. Maar ook hun Belgische leeftijdsgenoten krijgen steeds vaker te kampen met geestelijke gezondheidsproblemen. Uit cijfers van Sciensano blijkt bijvoorbeeld dat 34% van de jongeren aan angststoornissen lijdt en 38% aan een depressie.

Ook in Bethanië geestelijke gezondheidszorg (GGZ) merken we dat jongvolwassenen of jovo’s met steeds meer en complexere hulpvragen zitten. Bovendien komen jongvolwassenen meestal in een leefgroep terecht waar de gemiddelde leeftijd hoger ligt dan die van hen. Hierdoor worden bepaalde thema’s niet of onvoldoende aangeraakt.

Nood aan een jongvolwassenwerking met een eigen plek

Om al die redenen startten we met een jongvolwassenenwerking. De trekkers vonden het belangrijk om een veilige plek te creëren waar de jongeren elkaar even weg van de afdeling kunnen ontmoeten. “In theorie kan je vanaf je achttiende in Bethanië terecht met je hulpvraag”, zegt ergotherapeute Lotte Louwers. “Maar door de lange wachtlijsten in de jeugdpsychiatrie komen er in de praktijk ook tieners jonger dan 18 in opname. Het JOVO kot is een ontmoetingsplek waar jongeren tot en met 26 elke dinsdag- en dondernamiddag terecht kunnen. Ook wie in opname is geweest maar nu weer thuis is, is welkom.”

Zelf gebouwd

"En wat is er beter dan die veilige plek samen met de jongvolwassenen zelf te bouwen?", dachten ze. Met de hulp van handige harry’s sprongen ze in het diepe. Voor het eerst in hun leven - en waarschijnlijk ook voor het laatst - gebruikten ze de stelling van Pythagoras in de praktijk, leerden ze boren, zagen en schilderen en kropen ze met trillende benen op een hoge ladder.

Ilja was heel gemotiveerd om mee aan een veilige, eigen plek voor de jongvolwassenenwerking te bouwen. “Er zit toch een beetje een barrière tussen de generaties. Omdat ze ouder zijn, denken ze automatisch dat ze al meer hebben meegemaakt. Maar met ons, jongeren, kan ook veel gebeuren, al zijn we nog jong.”

Lotte Peeters, ervaringsdeskundige in Bethanië, is één van de grote supporters van de jongvolwassenenwerking. Op haar vijftiende werd ze in Tienen opgenomen met een eetstoornis, later volgden er nog opnames in Bethanië. “Op afdeling Steiger waren de meesten wat ouder. Je bent nog zo jong, wat kunnen je problemen zijn? Je hebt nog niks meegemaakt in je leven, kreeg ik soms als opmerking. Daarom is een eigen plek hier zo belangrijk. Samen een film kijken, werkgroepen organiseren rond studeren of werken en zelfstandig wonen: voor tieners en twintigers zijn dat belangrijke thema’s, terwijl 30-plussers al in een andere levensfase zitten.”