Overslaan en naar de inhoud gaan

De wet op de rechten van de patiënt geeft aan de patiënt een aantal expliciete rechten. Indien iemand zijn of haar inzagerecht wil uitoefenen, moet dit binnen de 15 dagen na aanvraag kunnen. De patiënt of een andere betrokkenen kan dit op verschillende manieren doen.  

  • Bij de behandelend geneesheer.
  • Bij de persoonlijk begeleider of een ander lid van het verpleegkundig en paramedisch team.
  • Via het MedischSecretariaat.PC.Bethanie [at] Emmaus.be (medisch secretariaat).

Vermeld steeds wiens dossier je wil opvragen en waarom. Na ontvangst zal een medewerker van het medisch secretariaat met jou contact opnemen om te evalueren of de vraag ontvankelijk is en om verdere afspraken te maken.

De patiënt heeft recht op inzage in het dossier

  • Een vraag naar inzagerecht kan in praktijk voorkomen indien de patiënt het gevoel heeft dat hij onvoldoende informatie krijgt over zijn problematiek en behandeling. Goede informatie en communicatie zijn dus zeer belangrijk. 
  • Dit recht omvat inzage in het gehele dossier, behalve:
    • Persoonlijke notities van de hulpverleners: dit zijn enkel notities die met geen enkele andere hulpverlener gedeeld worden (ook niet met een collega van wacht of met een collega naar wie de patiënt doorverwezen wordt).
    • Gegevens over derden: op deze manier wordt de privacy van derden gerespecteerd.
  • Indien de patiënt zijn inzagerecht wil uitoefenen, moet dit binnen de 15 dagen na aanvraag kunnen. 
    • We proberen eerst mondeling aan de vraag tegemoet te komen. Indien de patiënt zijn vraag uit bij een lid van het verpleegkundig en paramedisch team, verwijst men de patiënt naar de behandelend geneesheer. Deze verduidelijkt met de patiënt welke informatie hij juist wil hebben en probeert geschikte antwoorden te geven. 
    • Indien de patiënt zijn vraag formeel en schriftelijk stelt, eventueel via iemand extern, wordt de patiënt eveneens naar zijn behandelend geneesheer verwezen, die met de patiënt de vraag verder verduidelijkt. Indien de patiënt na dit gesprek het inzagerecht niet meer nodig acht, wordt dit genoteerd in het medisch dossier. Indien de patiënt na dit gesprek inzage nog wel nodig acht, kijkt de arts zo vlug mogelijk samen met de patiënt het dossier in om uitleg te geven bij wat neergeschreven staat. Indien in de stukken over de gevraagde onderwerpen gegevens over derden of persoonlijke notities staan, dienen deze gegevens binnen de 15 dagen door het medisch secretariaat ontoegankelijk gemaakt te worden voor inzagerecht en zal de arts pas nadien het dossier met de patiënt inkijken.
    • De patiënt kan dit inzagerecht zelf uitoefenen of via een door hem aangeduide vertrouwenspersoon. 
    • Indien de vertrouwenspersoon een beroepsbeoefenaar is, heeft deze ook inzagerecht in de persoonlijke notities.
    • Indien de behandelend geneesheer van oordeel is dat inzagerecht in het dossier therapeutisch niet aangewezen is, is de arts verplicht de door de patiënt aangestelde vertrouwenspersoon inzagerecht te geven onder dezelfde modaliteiten. De gemotiveerde reden moet steeds in het elektronisch patiëntendossier vermeld worden. Het verdient aanbeveling dit af te toetsen met een collega beroepsbeoefenaar

    De patiënt heeft recht op een afschrift van zijn dossier

    • Hij kan dit schriftelijk aanvragen bij de behandelend geneesheer, die met de patiënt bekijkt over welke stukken het gaat. Er kunnen geen afschriften bekomen worden met gegevens over derden en persoonlijke notities van hulpverleners.
    • Het is belangrijk dat de datum waarop dit verzoek gebeurt, of dit nu schriftelijk of mondeling is, genoteerd wordt in het dossier. Gezien de termijn van 15 dagen is een bewijs van ontvangst voor de verzoeker verplicht. Opvolging en afschrift kan je vinden in het elektronisch patiëntendossier.
    • Het afschrift wordt gratis afgeleverd door het medisch secretariaat.
    • Afschriften zijn persoonlijk en vertrouwelijk. Het ziekenhuis stelt papieren kopieën of een elektronische versie ter beschikking. Een elektronische kopie (PDF, alleen lezen formaat) wordt enkel op een USB-stick van het ziekenhuis gegeven. 
    • De arts kan weigeren een afschrift te geven indien het vermoeden bestaat dat de patiënt door derden onder druk gezet werd (bv. verzekeringsmaatschappij).

    Inzage patiëntendossier door derden na het overlijden van de patiënt

    • Dit kan enkel gevraagd worden door de echtgenoot, de wettelijk samenwonende partner, de feitelijke partner of door bloedverwanten van de tweede graad.
    • Deze aanvraag dient schriftelijk en voldoende gemotiveerd en gespecificeerd te gebeuren ter attentie van de behandelend geneesheer.
    • Inzage kan enkel via een beroepsbeoefenaar.
    • Inzage is niet mogelijk wanneer de patiënt zich tijdens zijn leven hiertegen verzet heeft. Dit is moeilijk te controleren dus het is aanbevolen om dit zeer duidelijk te vermelden in het medisch dossier.

    Inzagerecht door bewindvoerder of andere vertegenwoordigers zoals voorzien in de wet op de rechten van de patiënt

    • De ‘vertegenwoordiger van de patiënt’ kan aangesteld worden door een gewone (schriftelijke) overeenkomst tussen de patiënt en de potentiële vertegenwoordiger. Dit wordt de zorgvolmacht genoemd.
    • Rechtelijke bescherming: hier wordt de bewindvoerder aangesteld bij vonnis door de vrederechter. In dit vonnis zal dan ook blijken wat de bewindvoerder precies mag doen. Het vonnis met vermelding van de juiste handeling is hier het bewijs.

    Therapeutische exceptie

    In de wet op de rechten van de patiënt kan een arts zich beroepen op de therapeutische exceptie en de 
    betrokkene geen inzagerecht geven (gemotiveerde neerslag in het elektronisch patiëntendossier). De therapeutische exceptie is niet definitief maar heeft in wezen een tijdelijk karakter.