Bitmoji van Bart

Post 1: "Er was eens…"

Dit is de eerste keer dat ik een blog schrijf, maar ik veronderstel dat een goede blog - net zoals elk goed verhaal trouwens - best begint bij het begin, en in mijn geval situeert dat begin zich zo’n 30 à 35 jaar geleden. Toen kreeg ik voor het eerst een stripverhaal van Kuifje in mijn handen, getiteld “De sigaren van de farao”. Kuifje beleeft in dat album spannende avonturen, maar hij wordt op een bepaald moment - weliswaar onterecht - ook even opgesloten in een psychiatrische instelling. In dat “krankzinnigengesticht” woont onder meer een man met een papieren hoedje die denkt dat hij Napoleon is, en die paardje rijdt op de rug van een andere man die denkt dat hij een hond is. Mijn eerste (niet al te positieve) beeld van “de psychiatrische patiënt” was hierbij dus meteen gevormd. In de jaren nadien werd dat beeld wel wat genuanceerd: van tante Sidonia leerde ik dat je zo stijf wordt als een plank bij een zenuwtoeval (dat doet me er trouwens aan denken dat ik mijn psychiater eens moet zeggen dat een mosterdvoetbad in zo’n geval beter werkt dan antidepressiva), en van Jommeke vernam ik dat je een strooien rokje aantrekt en een bloempot op je hoofd zet als je onder invloed bent van het “Gekkengas”.

Soit. Ik weet wel dat Hergé, Willy Vandersteen en Jef Nys dit allemaal grappig bedoeld hebben, maar ik weet niet in hoeverre ze ervaringsdeskundigen zijn in de echte wereld van de psychiatrisch patiënt. Ik weet ook niet in hoeverre ik mezelf zo’n ervaringsdeskundige mag noemen, maar gezien het feit dat ik al een tijdje zelf patiënt ben in dagbehandeling, meen ik toch een beetje recht van spreken te hebben. En op één punt kan ik Hergé & co gelijk geven: dé “psychiatrische patiënt” bestaat niet; wij zijn inderdaad zeer verscheiden. Op andere punten moet ik deze striptekenaars echter ongelijk geven: wij denken niet (allemaal) dat we Napoleon zijn (of één van diens vrienden), ik heb nog niemand zien verstijven zoals alleen Sidonia dat kan, en we lopen niet rond met strooien rokjes en met een bloempot op ons hoofd. Persoonlijk zie ik “de psychiatrische patiënt” als een mens zoals elk ander, wiens bootje in het leven door diverse omstandigheden in woelig water terecht gekomen is. Maar met de reddingsboeien die ons in het psychiatrisch ziekenhuis worden toegeworpen, hopen wij elk om opnieuw naar rustiger vaarwater te kunnen drijven en ons eigen leven te kunnen leiden zoals - naar ik vermoed - ook elke “niet-psychiatrische patiënt” dat hoopt. En zelfs in dat woelige vaarwater blijven wij gewone mensen, die bezig zijn met gewone zaken, zoals bijvoorbeeld een blog bijhouden.

Bart