‘We nodigen iedereen uit om mee te eten’, vervolgt Jill, ‘maar het is geen verplichting. In de psychosezorg, waar mensen zich soms verliezen in psychotische betekenisgeving, kan het helpen om iemand voor even in het hier en nu te trekken door samen een boterham te eten. Het creëert niet alleen een rustmoment voor begeleiders én patiënten, we merken ook dat patiënten de neiging hebben om opener te praten, dat het vertrouwen groeit.’

‘En dat creëert kansen om samen met patiënten te zoeken naar dingen waar zij nog van dromen’, besluit Davy. ‘Zo focus je niet zozeer op het negatieve of de pathologie, maar op de dingen waar iemand voor gaat en staat. Je bent niet de dingen die slecht gaan, je bent de dingen die goed gaan. Anders ben je verloren.’

Jill knikt: ‘Als hulpverlener vind ik het belangrijk dat we ‘het verlangen verlangen’. Dat we niet zelf gaan invullen wat het verlangen van de patiënt moet zijn, maar het verlangen of de hoop koesteren dat iemand met zijn verlangen aan de slag gaat. Dat is voor mij de essentie van menselijkheid.’

Ook patiënten merken een verschil op. Stef Stassen* werd 15 jaar geleden opgenomen op Kering en recent opnieuw: ‘Vroeger zat de begeleiding apart achter gesloten deuren. Ik had soms het gevoel dat er over me geroddeld werd, dat ik opgesloten was en veel regels opgelegd kreeg. Nu zitten de zorgverleners mee in de refter. Als patiënt krijg je de indruk dat teamleden op gelijke hoogte staan en dat we samen een leefgroep zijn geworden. We maken samen het ontbijt klaar, we maken grapjes, je krijgt raad. Het contact wordt opener en je bouwt een hechtere band op. Dat maakt dat je vrijer durft te praten over je problemen, bv. over druggebruik. Maar begrijp me niet verkeerd, ik ben niet tegen regels, je mag er ook niet te los mee omgaan.’

*Stef Stassen is een schuilnaam.